Het risico van overvullen: achter de tralies

Column mei 2010

Het risico van overvullen: achter de tralies

De PGS 29 is de nieuwe Nederlandse richtlijn voor bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks. Er waren twee redenen voor herziening: het updaten van  de oude CPR 9-2 en CPR 9-3 en herziening naar aanleiding van de explosie en brand van het Buncefield brandstofdepot in het Britse Hemel Hampstead in 2005. Wat is er gebeurd: een opslagtank van benzine werd gevuld vanuit een pijpleiding. Er werd zolang doorgepompt dat de tank ernstig overvuld raakte en overstroomde. Na ontsteking vond er een enorme explosie plaats. De kracht ervan was ongewoon groot. Daarover in de volgende column meer.

Nu wil ik het hebben over het klassieke scenario van het overvullen van een opslagtank. Daar zijn al veel rampen door gebeurd. Het risico ervan werd tot nu toe echter niet goed beheerst. Na Buncefield zijn we ook in Nederland wakker geworden. De overheid heeft de onderzoeken van de ramp goed bestudeerd. Omdat de overvulbeveiliging van de tank heeft gefaald, is een belangrijke aanbeveling in de Engelse rapporten dat overvulbeveiligingen een betrouwbaarheid moeten hebben die is afgestemd op het risico van overvullen. Er wordt daarbij terecht verwezen naar de risicobenadering (het SIL concept) uit de IEC 61511, want dat is de standaard daarvoor.
In de PGS 29 staat het principe van de risicobenadering uitstekend verwoord, zie hieronder. Er wordt echter ruimte gelaten om een andere dan de IEC/ SIL benadering te kiezen. Genoemd worden LOPA en een ‘bedrijfsrisicobeleid’.  LOPA is echter alleen een risicoanalysemethode om de noodzakelijke risicoreductiefactor te bepalen. Dat wordt ook wel SIL Classificatie genoemd. Voor het ontwerp van de overvulbeveiliging en het testinterval moet je toch weer naar de IEC 61511, daar staat precies hoe dat moet voor een bepaald SIL. Het probleem met het ‘bedrijfsrisicobeleid’ is dat het meestal niet transparant is met betrekking tot de risicoreductie, het ontwerp van de beveiliging en het testinterval. De IEC 61511 functioneert als een internationale ‘best practice’  voor instrumentele beveiligingen. Op het moment dat je die niet volgt als bedrijf moet je minstens een gelijkwaardige benadering volgen. Dat moet dan wel aantoonbaar zijn! Je moet er niet aan denken dat je als manager voor de rechter staat na een (overvul) incident en je kan bijvoorbeeld niet aantonen dat het bedrijfsbeleid van eens in de vier jaar testen van je beveiliging voldoende is. Achter de tralies is ook een risico van overvullen!

Wilt u reageren op deze column? Stuur een email : pietersen@safety-sc.com.


Uit de PGS 29:

6.3.6  Hoogniveau-alarmering en overvulbeveiliging

87.  Tanks moeten zijn uitgevoerd met:

  • a.  een hoogniveau-alarmering die ter plaatse en / of in de controlekamer, alarm geeft, voordat hethoogst toelaatbare vloeistofniveau in de tank wordt bereikt, zodat maatregelen genomen kunnen worden om de pompcapaciteit te verminderen of het verpompen te stoppen, en;
  • b.  een fysiek onafhankelijke instrumentele overvulbeveiliging die bij het bereiken van het hoogst toelaatbare vloeistofniveau in de tank de toevoer naar de tank doet stoppen.

De betrouwbaarheid van de instrumentatie en beveiligingen moet in relatie staan tot het veiligheidsrisico. Er dient een methodiek gehanteerd te worden die de samenhang tussen de risico’s, vastgesteld middels veiligheidsstudies, en (de betrouwbaarheid van de) maatregelen (instrumentatie en beveiligingen) aantoont en documenteert.

Voorbeelden van methodieken:

  • SIL-systematiek waarin, afhankelijk van de gewenste risicoreductie, eisen worden gesteld aan de
    keuze en onderhoudsfrequentie/type van de benodigde regelingen en beveiligingen; (NEN-EN
    61511/61508)
  • Safety-layerssystematiek, bijv. LOPA;
  • Bedrijfsbeleid waarmee het risico gekoppeld wordt aan de maatregel; b.v. bij een scenario met
    risicowaardering X moeten minimaal twee onafhankelijke LOD’s worden ingezet om het risico te
    beheersen

Toelichting:
Indien bij scheepslossingen de tweede beveiliging technisch niet mogelijk is, kan in overleg met het bevoegd gezag hiervan
afgezien worden of een alternatieve oplossing worden overeengekomen met een aanvaardbaar beschermingsniveau.
Onder fysiek onafhankelijk wordt verstaan:

  • Los van niveaumeting
  • Aparte stuursignaal

Onder overvulbeveiliging wordt verstaan:

  • Elk systeem dat de toevoer tot de tank automatisch doet stoppen zonder tussenkomst van een operator.
 

Kalender: